Om de richtlijn goed te implementeren is Nederland verdeeld in zeven (deel)stroomgebieden. De verschillende betrokken overheden en andere belanghebbenden in deze gebieden werken samen om doelen en maatregelen te bedenken om de waterkwaliteit in hun gebied te verbeteren.
Rijn-West
Rijn-West is een onderdeel van het stroomgebied van de Rijn. Het omvat een groot gebied van de Duitse grens tot West-Nederland. Maar liefst de helft van de Nederlandse bevolking woont in dit gebied. In totaal zijn 15 waterbeheerders (provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat) betrokken bij de ontwikkeling van dit KRW-stroomgebiedbeheerplan. Zij werken samen in het Regionaal Ambtelijk Overleg Rijn-West (RAO).
Grontmij verleende in opdracht van het RAO ondersteuning aan dit beleidsproces. Ook ondersteunden wij 8 van de 15 waterbeheerders bij de totstandkoming van regionale KRW-doelen en maatregelen.
Rijn-West Adviesnota Schoon Water
Voor het RAO ontwikkelden wij een webbased database om alle relevante KRW-informatie op te slaan. Wij coördineerden het verzamelen van de benodigde informatie bij alle waterbeheerders in het gebied. Dit resulteerde in een overzicht van meer dan 3.500 maatregelen voor bijna 400 waterlichamen. Het gaat bijvoorbeeld om natuurvriendelijke oevers, vispassages, flexibele waterpeilen en verbreding watergangen.
In een interactief planproces ontwikkelden we, samen met het RAO Kernteam Rijn-West en alle betrokken waterbeheerders, de Rijn-West Adviesnota Schoon Water. Deze nota levert de input vanuit het deelstroomgebied als het gaat om doelen, maatregelen en kosten om de KRW uit te voeren.
Ondersteuning waterbeheerders
Daarnaast leverden wij voor de helft van de waterbeheerders specialistische ondersteuning om uit te zoeken wat deze doelen, maatregelen en kosten zouden moeten zijn voor hun beheergebied. Dit deden wij door:
- detachering van specialisten op het gebied van ecologie en procesmanagement in de organisatie van de betreffende waterbeheerder;
- ontwikkeling van regiospecifieke beslissingsondersteunende systemen voor het bepalen van het ecologisch effect en de kosteneffectiviteit van mogelijke maatregelen;
- bepaling van ecologische doelen (Goed Ecologisch Potentieel) voor oppervlaktewater en KRW-doelen voor grondwater;
- het managen van het interne en externe werkproces: de organisatie van gebiedsbijeenkomsten met mede overheden en belanghebbenden, en het ondersteunen van de interne besluitvorming.