11 jun 2010 |
Proefboerderij Zeeuwse Tong in gebruik genomen
Zeeland zoekt naarstig naar alternatieven voor de landbouw. Verzilting van landbouwgronden biedt mogelijkheden en alternatieven voor aquacultuur; vooral aan de randen van de Ooster- en Westerschelde. Op 1 juni stelde Gerda Verburg, demissionair minister van Landbouw en Visserij, de proefboerderij Zeeuwse Tong officieel in gebruik. Zeeuwse Tong is een duurzaam alternatief voor de ‘wilde vangst’.
Samen met partners richt Grontmij zich op binnendijkse aquacultuur. Aquacultuur is de kweek of teelt van aquatische organismen zoals vis, weekdieren, schaaldieren en waterplanten. De afgelopen twee jaar voerden enkele Zeeuwse bedrijven in samenwerking met Wageningse wetenschappers een haalbaarheidsstudie uit naar de ontwikkeling van Zeeuwse Tong. Door het ondertekenen van het convenant Zeeuwse Tong maakt Grontmij deel uit van het consortium dat dit project uitvoert.
Innovatief en duurzaam
Zeeuwse Tong biedt de visserijketen een goede aanvulling op de wilde vangst maar biedt ook akkerbouwers nieuwe kansen. Het project moet leiden tot een nieuwe economisch levensvatbare sector in Zeeland en kan daarmee ook voor een deel de negatieve gevolgen van de beëindiging van de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee opvangen. Het project is duurzaam vanwege de natuurlijke kringloop: vis produceert mest, mest doet algen en zilte gewassen zoals zeekraal en lamsoor groeien, algen vormen het voedsel voor schelpdieren en zagers. Een deel van de zagers wordt benut voor de voeding van de tong, een ander deel wordt verwerkt tot visvoer. Zo ontstaat een gemengd zilt bedrijf.
Proefboerderij
Bij Colijnsplaat op Noord-Beveland is een proefbedrijf gebouwd waar in een kringloopproces tong, algen, schelpdieren en zagers worden gekweekt. Het ministerie van Landbouw verstrekte 6,5 miljoen euro subsidie, waarvan 1,3 miljoen euro uit het Europees Visserij Fonds. De provincie Zeeland en een aantal Zeeuwse bedrijven steken gezamenlijk eenzelfde bedrag in het experiment, waaraan ook de Wageningen Universiteit en de Hogeschool Zeeland hun steentje bijdragen. Gedurende vijf jaar – van 2010 tot 2015 - wordt de technische haalbaarheid van deze nieuwe gecompliceerde vorm van aquacultuur onderzocht.
Omvang
De proefboerderij bestaat uit 12 experimentele vijvers van elk 1.000 m2 voor respectievelijk de kweek van zagers, schelpdieren, tong en algen in mengteelt of geschakeld als aparte teelten. Twee leidingen onder de zeedijk zorgen voor de aan- en afvoer van Oosterscheldewater; koeling en verwarming van het Oosterscheldewater is voorzien door een warmte-koudeopslaginstallatie. Rondom de vijvers is een ringsloot aangelegd waarin het water wordt verzameld en gefilterd; de ringsloot doet tevens dienst als bescherming tegen ongewenst bezoek. Grontmij was verantwoordelijk voor het totale ontwerp en voor de begeleiding tijdens de uitvoering.