Of toch niet? Als het aan Grontmij en landschapsarchitectenbureau Bosch Slabbers ligt, moeten we het in een heel ander perspectief zien en krimp en klimaat als bondgenoten beschouwen. Kansen benutten. De krimp sturen in plaats van afwachten. Inspelen op klimaatveranderingen in plaats van ervoor te buigen.
Klimaat en Krimp in Noord-Nederland
Tijdens een meerdaags werkatelier tijdens de conferentie Grounds for Change hebben deskundigen van Bosch Slabbers en Grontmij dit toekomstbeeld voor 2050 geschetst en samengevat in een verslag. Grounds for Change heeft de verslagen van de verschillende werkateliers gebundeld en afgelopen vrijdag 28 januari gepresenteerd.
Maar hoe dan?
Bosch Slabbers en Grontmij schetsen een krachtig toekomstbeeld waarin verdere vervlakking van Noord Nederland in 2050 uitblijft. Elke noordelijke regio heeft een eigen gezicht: water voert de boventoon voor het Friese merengebied, op de hogere zandgronden van Drenthe ontstaat een woud dat zijn weerga niet kent, op de hoogveenkoloniën worden energieleverende akkers gerealiseerd en de hoge gronden van Groningen en Friesland blijven de voedselvelden van Noord-Nederland.
Energietuin aan de Wadden
Het Noordelijk zeekleigebied heeft bijvoorbeeld één belangrijk uithangbord: De Energietuin aan de Wadden. De waddenkust is in 2050 een dynamische overgangszone geworden, met duurzame woonmilieus. Ontwikkeld door de mensen zelf, soms met vergaande vormen van zelfbestuur. “De Waddenzee promoveer je daarmee tot de voortuin van het noorden” aldus Jelle Zoetendal, hoofd Watermanagement bij Grontmij. “Met dijkwoningen en kwelderakkers, en een energieproducerende woonomgeving. De dijk lokt daarmee nieuwe bewoners uit de omliggende gebieden, en zo wordt de krimp begeleid met een duurzaam alteratief. ”
Durf functiegericht te krimpen
Maar het gaat niet zomaar. Er zijn veel openstaande vragen. Want wat hebben we nodig om dit ook werkelijkheid te laten worden? Wat is er mogelijk op het gebied van energiebeleid in het noorden? Belangrijk is dat je selectief investeert en beheert. En dat vraagt samenwerking en lef. Om alle regio’s in samenhang te beschouwen. Om gericht keuzes te maken, waarbij klimaat en krimp worden gebruikt als roer, maar waar wij de koers uitzetten in plaats van op de automatische piloot de gevolgen van het klimaat en de krimp af te wachten. Dat is eigenljk het belangrijkste uitgangspunt: krimp kan worden gestuurd met bepaalde gebiedsfuncties in het achterhoofd. Functies bijvoorbeeld die we willen versterken, of juist afremmen.
Voorbeelden?
Win grondstoffen voor energie binnen de eigen grenzen, wek energie lokaal op en doe dat duurzaam. Maak onderscheid tussen rustige en drukke gebieden. Wees niet bang voor kleinere dorpen en grotere steden. Geef elk vrijkomend terrein direct een nieuwe functie. Ontwerp een robuuste, dynamische kustzone, die meebeweegt met de zee. Gebruik hoogten om water vast te houden en laagten om natte periodes op te vangen. Maak van de last een lust, durf functiegericht te krimpen. Van alle ideeën uit de Charrette is deze gedachte misschien wel het belangrijkst voor onze toekomst, en voor het beleid en de plannen die daarvoor nodig zijn. Een uitdaging die Bosch Slabbers en Grontmij graag met de drie noordelijke provincies en gemeenten willen aanpakken.