Het Nederlandse rivierengebied moet beter worden beschermd tegen overstromingen. Daarom stelde het kabinet in 2000 een ander beleid voor waarbij de rivier meer ruimte krijgt. Bijvoorbeeld door het verleggen van dijken of het verlagen van uiterwaarden. Hiervoor is door het rijk het programma ‘Ruimte voor de Rivier ‘ opgesteld om het Nederlandse rivierengebied in 2015 veiliger en aantrekkelijker te maken.
Aanpassing water- en weginfrastructuur
In het kader van dit programma wordt op een groot aantal plaatsen de bestaande water- en weginfrastructuur aangepast. Voor de beheerders van deze water- en weginfrastructuur heeft dit effect op de grootte en vorm van het te beheren areaal. In de meeste gevallen stijgen hierdoor de beheer- en onderhoudskosten. Rijkswaterstaat wil met de lokale beheerders van deze infrastructuur - met name gemeenten - afspraken maken over de veranderingen in het dagelijks beheer en onderhoud. Hiertoe dient Rijkswaterstaat te beschikken over een eenduidige berekeningswijze van de huidige en toekomstige beheer- en onderhoudskosten.
Berekening kosten beheer en onderhoud
Grontmij is, op basis van eerder uitgevoerd onderzoek voor de HSL-Zuid, gevraagd het verschil in de beheer- en onderhoudskosten tussen de huidige en de toekomstige situatie (na afronding van het programma Ruimte voor de Rivier) te berekenen. Het gaat daarbij om het onderhoud aan wegen, kunstwerken en bijbehorende weginfrastructuur zoals verlichting en wegmeubilair. De toekomstige meerkosten dienen vertaald te worden naar een bedrag, zodanig dat Rijkswaterstaat de beheerders door het voldoen van een afkoopsom kan compenseren.
Grontmij kreeg opdracht om de wijziging in beheer- en onderhoudskosten voor 12 gemeentes te berekenen en op basis van die berekening voor iedere beheerder een afkoopsom te bepalen. De gemeenten zijn Zwolle, Deventer, Heerde, Brummen, Voorst, Buren, Renkum, Rhenen, Nijmegen (Lent), Zaltbommel, Waalwijk en Geertruidenberg.